De Gouden ring.
Bezichtiging van het Sergiosklooster van de Allerheiligste Drieëenheid.
Het minutieus gerestaureerde klooster wordt omgeven door een 1370m lange muur, 10-14m hoge en 6m dikke
muur met drie verdiepingen. De kazematten helemaal
onderaan hebben schietgaten vlak bij de grond, de tweede verdieping vormt een naar binnen toe open
arcadegang, de beschermende galerij helemaal bovenaan is voorzien van smalle schietgaten en erkers
van waaruit pek op de aanvallers kon worden gegoten.
De Kalitsjatoren |
Elf torens, waarvan twee poorttorens, versterkten de
muren: De Rode toren, ook wel de Bedelaarstoren genoemd, met de Heilige poort; de Pjatnitsatoren; de
Uitoren; de Watertoren (daarnaast het poortje dat naar de beek leidt); de Brouwerstoren met de ijskelder; de
Gevangenistoren; de Timmertoren; de Kalitsjatoren ; de Luidende toren; de Eendentoren en de
Droogkamertoren naast de wasserij.
Tussen 1540 en 1550 werden naar voorbeeld van het Moskouse Kremlin de muren uitgebouwd en de
verdedigingsmuren met houten palissaden versterkt.
Tijdens de Poolse belegering (1608-1610) werd het verdedigingscomplex zwaar beschadigd en moest
gedeeltelijk vernieuwd worden. In die periode kreeg de Eendentoren in de noordoosthoek een opengewerkte
arcade met daarop spitsen en bollen. Een uit witte kalksteen gemaakte eend zit op de spits van de rode
bakstenen muur, zij kwam daar aan het eind van de 17e eeuw, naar men zegt omdat Peter I vanuit deze toren op
wilde eendenjacht ging.
Binnenzijde Heilige Poort |
Muurschilderingen in de Heilige
Poort |
Poortkerk van de Geboorte van
Johannes de Doper |
U betreedt het kloostercomplex via de Heilige poort, waarachter de poortkerk van Johannes de
Doper zich verheft. Ze werden tussen 1692 en 1699 met geld van de industrieel Stroganov gebouwd en
vormen een bizarre variant van de Moskouse barok. Vijf gouden koepels bedekken de rode bakstenen toren, die
versierd is met witte pilasters en een krans van schelpen. Fresco's aan de muren van de doorgang
verhalen van het leven en werk van de heilige Sergios.
De kathedraal van Maria Hemelvaart |
De kathedraal van Maria Hemelvaart (Oespenskij Sobor) stichtte Ivan Grosnuj ter herinnering aan de
verovering van Kazan en Astrakan. In 1559 legde de tsaar persoonlijk de eerste steen. Maar nog tijdens de
bouwwerkzaamheden trok Ivan zijn steun aan het
klooster in, daar hij de monniken ervan verdacht zijn binnenlandse politiek te saboteren. Derhalve kon de
kathedraal pas in 1585 tijdens de regering van Ivans zoon Fjodor I worden ingewijd. Tot voorbeeld diende de
gelijknamige kathedraal in het Moskouse Kremlin, een kruiskoepelgebouw dus, met een hoofdabsis en vier
zijabsides. Hoge muren met ingemetselde zuilen eindigen in breed uitlopende sakomaren. Dicht naast
elkaar staan de vijf kolossale koepels, vier lichtblauw met gouden sterren en de middelste van blinkend goud.
Onder de kathedraal werd aan het eind van de 19e eeuw een crypte gegraven voor de beschermers van het
klooster. Hier rust ook de in 1970 gestorven patriarch Alessio, die voor zijn dapperheid tijdens de belegering
van Leningrad de hoogste Russische
oorlogsonderscheiding kreeg.
De muurschilderingen, een collectief werk van 35 meesters onder leiding van Dmitrij Grigorjev, geven
scènes van het sterven van Maria, het Laatste Oordeel van concilies weer. Diverse panelen aan de grote
iconostase zijn van de beroemde Moskouse
iconenschilder Simon Oesjakov. Het koor stond boven, achter de iconostase, zodat de gelovigen dachten dat het
gezang rechtstreeks uit de hemel kwam.
In de noordoosthoek achter de kathedraal staat in de schaduw van de oude lindeboen een lang grafgebouw,
waarin Boris Godoenov, wegens zijn nederige afkomst nooit geheel geaccepteerd door de tsaren, in 1606, een
jaar na zijn dood, werd bijgezet samen met zijn vrouw en zijn twee zoons, die in de verwarring rondom de valse
Dmitrij om het leven kwamen.
De Bronkapel |
De Bronkapel (eind 17e eeuw) in helle kleuren en rijk houtsnijwerk vormt een bekoorlijk contrast met de strakke kathedraal
van Maria Hemelvaart. De gelovigen schrijven het hier geputte 'water van de heilige Sergios' tot op heden
genezende kracht toe. Het ciborum naast de kapel ontstond aan het eind van de 19e eeuw.
De Heilige Geestkerk |
In 1476 bouwden meesters uit Pskov de Heilige Geestkerk (Tserkov Doechovskaja). De
tamboer op het vierkante basisgebouw was tevens klokkentoren. Het is het oudste gebouw in zijn soort dat
bewaard is gebleven. De uivormige koepel stamt uit een latere periode.
De Refectoriumkerk met op de
voorgrond de Michejkerk |
Het fraaiste gebouw in het Sergiosklooster van de Allerheiligste Drieëenheid is de Refectoriumkerk, de trapesa, met aan de oostzijde de
Sergioskerk. Hoge, door wijnranken omgeven zuilen, bizarre vensteromlijstingen en rijen kokosjniki
met ingelegde schelpen completeren het veelkleurige ruitpatroon van de buitenmuren. Een open galerij met
twee brede trappen loopt er omheen. In de kelder bevinden zich een keuken, bakkerij en voorraadkamers.
De bijna 500 m2 grote, ongestutte ceremoniezaal is versierd met religieuze muur- en plafondfresco's en
barok stucwerk. Een iconostase van houtsnijwerk gaat over in het schip van de kerk. Een onvoorstelbare
rijkdom, maar ook de onrust van de tijd komen tot
uitdrukking in de pompeuze en wat verwarde vormgeving van de trapesa, die tussen 1686 en 1692
tijdens het regentschap van Sofia en de dubbelheerschappij van de tsaren Ivan V en Peter I
gebouwd werd.
De kleine Michejkerk naast de trapesa wordt gekarakteriseerd door een zeer groot boogdak in de
Hollandse stijl van 1734. Het metropolietenpaleis in de zuidwesthoek achter de trapesa stamt uit het eind van
de 17e eeuw, maar werd in de tweede helft van de 18e eeuw drastisch verbouwd. Op de gevel van het paleis
herkent u het insigne van de Moskouse metropoliet.
In 1408 verwoestten de Tataren op een van hun rooftochten het klooster en legden ook de houten
grafkerk van Sergios, de oude Drieëenheidskathedraal (Troitskij Sobor) in de as. In 1422/23 ontstond
een nieuwe kathedraal, dit keer van steen. Deze was en bleef ook na de uitbreiding van het kloosterterrein in de
17e eeuw de hoofdkerk van het klooster. De Drieëenheidskathedraal behoort tot het in het begin van
de 15e eeuw in de Moskouse bouwkunst veel voorkomende type van een kerk met vier pijlers en een
koepel. Lisenen verdelen de gevel in telkens drie vlakken, die boven in sakomaren eindigen. Drie rijen
friezen sieren de façades, de absides en de tamboer met zijn koepeldak.
Smalle vensters laten slechts weinig licht binnen, met de verfraaiing van het interieur belastte de abt Nikon (niet
te verwarren met de patriarch Nikon, die van 1605-1681
leefde) de monniken Andrej Roebljov en Daniil Tsjornuj.
De fresco's werden helaas bij een restauratie in de 17e eeuw verwijderd. De iconostase (1425-1427) was ook
een schepping van de beide meesters. Rechts van de koningsdeur hing Roebljovs grootste schepping, de icoon
van de Drieëenheid, een verheerlijking van de heilige Sergios. De icoon werd vervangen door een goede kopie
en het origineel kwam in de Tretjakovgalerij in Moskou terecht.
De Drievuldigheid (Drieëenheid, Triniteit) is in de christelijke geloofsleer de drieëenheid van de goddelijke
personen (vader, zoon, heilige geest) in de eenheid van het goddelijke wezen. Het dogma van de Triniteit werd
op de Oecumenische Concilies van Nicaea (325) en Constantinopel (381) vastgelegd. In de beeldende kunst
werd de drieëenheid meestal weergegeven door geometrische symbolen (driehoek, drie cirkels in een
cirkel, driepas). Drie dieren of drie mannen en bij Roebljov drie engelen konden eveneens de Triniteit
symboliseren.
Van Roebljov zijn hoogst waarschijnlijk ook de iconen Apostel Paulus en Aartsengel Gabriël van de deësisrij,
misschien ook de iconen De doop en De Transfiguratie van Christus van de feestdagengalerij van de iconostase.
Rechts van de iconenmuur staat onder een zilveren baldakijn de sarcofaag van de heilige Sergios, gemaakt
van geciseleerd zilver.
Drieëenheidskathedraal met het Nikon-zijaltaar |
Aan de zuidzijde van de Drieëenheidskathedraal bevindt zich het Nikon-zijaltaar
(1548-1623) , een kleine kerk boven het graf van Nikon.
De klokkentoren |
De klokkentoren steekt met 'kop en schouders' uit boven de rest. Het is de hoogste, de slankste en de
mooiste van Rusland. Met een hoogte van 87m is hij nog 6m hoger dan de klokkentoren Ivan de Grote in het
Kremlin. Men deed dertig jaar (1740-1770) over de
bouw, daar fouten in het ontwerp van de hofbouwmeester Schumacher en onenigheid over de
vormgeving tussen de met de uitvoering belastte architecten Mitsjoerin, later Oechjtomskij en de clerus de
voortzetting van de bouwwerkzaamheden steeds weer
vertraagden. Op een vierkante fundering verheffen zich de vier verdiepingen van de klokkentoren. Vier zuilen
geven de toren een nog hoger en eleganter aanzien en maken hem als het ware gewichtloos, waardoor hij geen
van de andere gebouwen neerdrukt.
De obelisk op het centrale kloosterplein herinnert aan de historische gebeurtenissen waarmee
het Drieëenheidsklooster te maken had (1792).
De kerk van de Moeder Gods van Smolensk |
De kerk van de Moeder Gods van Smolensk (1745-1753) lijkt in de barokstijl van
Petersburg op een paviljoen in een park. De Moskouse architect Dmitrij Oechjtomskij was de ontwerper. Naast
de kerk werd tussen 1635 en 1638 het kloosterziekenhuis met de Sossima en
Savvatikerk gebouwd. Uit het midden van de lage ziekenzaal steekt de witte, elegante tentdaktoren
omhoog. De monniken Sossima en Savvati stichtten in de 16e eeuw op een eiland in de Witte Zee het beroemde
klooster van Solovetsk. Kerken met een tentdak komen voort uit de Noordrussische houten bouwkunst; zo toont
deze kerk tegelijkertijd de verbondenheid van het klooster van de Heiligste Drieëenheid met het noorden
van Rusland.
Het Kartuizerklooster van de Tsaren |
Het Kartuizerklooster van de Tsaren,
interieur |
Aan het eind van de 17e eeuw ontstond het Kartuizerklooster van de Tsaren, een
gebouw met twee verdiepingen, 85m lang en 20m breed, in dezelfde stijl als de kort daarvoor voltooide trapesa. De
gevels zijn ook hier versierd met polychrome
schaakbordpatronen en weelderige met faience ingelegde vensterstijlen. Beneden
bevonden zich de dienstruimtes en boven de representatieve ruimtes en de woonkamers. In dit harmonieuze gebouw, dat
dikwijls als het prototype van de tsarenpaleizen van de 18e en 19e eeuw beschouwd wordt, was Peter de Grote vaak te
gast. De vroegere paleizen, vooral de houten, bestonden uit afzonderlijke gebouwen, die door galerijen, bruggen
en trappen met elkaar verbonden waren. Sinds 1814 is de Theologische Academie in het Kartuizerklooster
gehuisvest.
In de rij gebouwen langs de achtermuur van de Drieëenheidskathedraal waren de centrale sacristie, de
administratie en de thesaurie ondergebracht; tegenwoordig vindt u hier het Historisch kunstmuseum
met Russische schilderkunst uit de 14e tot de 18e eeuw, oa. de beroemde icoon uit de cel van de heilige Sergios
'Nikola Mirlikiskij' en 'Moeder Gods Hodegetria', verder 'Het Heilige avondmaal' van Simon Oesjakov
(1626-1686) en portretten van Ivan Nikitin (ca. 1690-1741) en Aleksej Antropov (1716-1795). Zeer de moeite waard is de uitgebreide collectie geborduurde stoffen uit de 15e -17e eeuw, meestal geschenken van de
tsaren, bojaren en kooplieden. Het altaardoek 'Het bewenen van Christus' (1561) komt uit de werkplaats
van vorstin Staritskaja. De eerzuchtige vorstin had niet alleen de beste borduursters van het land in dienst,
maar wilde verder tsaar Ivan de Verschrikkelijk ten val brengen om haar eigen zoon op de troon te zetten. Het
gelukte Ivan de samenzweringen in de kiem te smoren,
waardoor de vorstin en haar zoon op het schavot eindigden. Het met zijde, goud en zilverdraad
geborduurde en met edelstenen bezette altaardoek 'De koningin is verschenen' is gemaakt in opdracht van de
beeldschone en goedhartige Xenia Borissova, een dochter van tsaar Boris Godoenov in 1601. Na de dood
van de tsaar werden haar moeder en twee broers vermoord, haar liet men in leven als concubine voor de
valse Dmitrij. Daarnaast bezit het museum liturgische voorwerpen, goud- en zilversmeedwerk, kleine
plastieken, houtsnijwerk en moderne kunstnijverheid uit de sovjetperiode.
De kerk van het Offer van Maria
De kerk van de Heilige Paraskeve van de Voorbereidingsdag |
Buiten de kloostermuren staan aan de
straatkant de kerk van het Offer van Maria en de kerk van de Heilige Paraskeve van de Voorbereidingsdag. Beide kerken zijn in 1547 gebouwd, tijdens de
belegering door de Polen aan het begin van de 17e eeuw zwaar beschadigd en intussen weer zorgvuldig
gerestaureerd. Rondom de overgang van de 17e naar de 18e eeuw ontstond de mooie Sergiosput.
De bekende Matroesjka's van Sagorsk |
Sagorsk is van oudsher een speelgoedstad, al
meer dan 200 jaar wordt hier heel mooi speelgoed vervaardigd. Een speelgoedmuseum vindt u in de
Krasnoj Armii Prospekt op nr. 123.
|